Lessen groep 4

4.1. Een zwaaikaart!

Productieles: 4 kinderen verdelen de taken. Ieder kind maakt een halffabrikaat voor uiteindelijk 4 zwaaikaarten. Deze zijn samengesteld uit de onderdelen die ieder kind heeft aangeleverd. De zwaaikaart heeft een schaarmechanisme.

4.2. K’nexen
2 kinderen bouwen samen met K’nex een ambulance na van de bouwplaten.

4.3. Grijp-graag
2 kinderen werken met Lego Dacta, 2 andere kinderen werken met gatenstroken en bouten en moeren. Ze maken allebei een schaarmechanisme. Evalueren de verschillen en overeenkomsten achteraf.

4.4. Hoe snel is een machine?
In een groep van 4 kinderen krijgt ieder kind een eigen taak (deze taak rouleert) en samen voeren ze de opdrachten uit. Ze ervaren de verschillen in productiviteit van machinale handelingen en handmatige handelingen. Tijdmeting met stopwatch en met zandloper.

4.5. Vlotten race!
Vrije opdracht om, met de aanwezige materialen, een vlot te bouwen met een zeil erop. Als ze klaar zijn: welk vlot is het snelste? (blazen in de zeilen, bak met water).

4.6. Mep je naam
Metaal bewerken: ieder kind maakt eerst een ontwerp voor een metalen naamkaartje. Ze werken met slagletters en kinderhamertjes. Ze evalueren dan hun fabrikaat t.o.v. het ontwerp.

4.7. Een spannend hoorspel
In een groepje bekijken 4 kinderen een cassetterecorder en proberen de knoppen uit. Ze bedenken vervolgens de geluiden bij de tekst. Daarvoor maken ze o.a. gebruik van de spullen in de leskist. Ze repeteren en nemen hun hoorspel op op een cassettebandje.

4.8. Maak een eigen flipperkast!
Kinderen ontwerpen een flipperkast. Ze maken er een elastieken hefboomwerking in en een katapultmechanisme. Ze timmeren hun eigen flipperkast en verzinnen zelf de obstakels die erin moeten. Ook moeten ze de goede hellingshoek bepalen.

4.9. Vliegen en zweven
Kinderen volgen de lesbladen en doen proefjes met de werking van een vliegtuigvleugel en een parachute en maken een eenvoudig helikoptertje.

4.10. Een gevlochten en stevig hutje
Kinderen maken eerst een ontwerp. Op een tempex plaat maken kinderen met pitriet, raffia en/of wol een hutje. Ze evalueren hun bouwwerk en bespreken onderling welke functionaliteit hun hutje heeft.

Terug