Implementatie van De Techniek Torens

Opzet van De Techniek Torens
Elke school zit weer anders in elkaar. Ieder heeft een eigen werkmethode. Scholen hebben vaak een eigen manier van introduceren en organiseren van nieuwe activiteiten in het schoolprogramma. En vaak een eigen idee over de manier waarop men activiteiten wil aanbieden aan leerlingen. Daarom hebben we ervoor gekozen om bij De Techniek Torens geen strikte, specifieke werkmethode aan het lesconcept te verbinden. Het lesconcept is zo uitgewerkt dat het op allerlei manieren kan worden geïntroduceerd en geïmplementeerd in de school. De keuzen daarin zijn aan de school zelf.

De meest voorkomende vormen van implementatie van De Techniek Torens in het schoolprogramma:

Hoeken
In het algemeen zien we dat de meeste scholen bij de leskisten voor de groepen 1, 2 en 3 kiezen voor “hoeken”. Daarbij worden de leerlingen met een korte mondelinge instructie door de leerkracht, in kleine groepjes aan het werk gezet. De lesbladen zijn voorzien van veel illustraties. De leerkracht komt dan vervolgens af en toe even langs om te zien of alles goed gaat. Soms worden hier extra ouders ingeschakeld om de kinderen te begeleiden. Dat hoeft niet, maar het kan wel.

Circuitmodel
Voor de groepen 4 en hoger worden er verschillende werkvormen gebruikt. De kinderen werken hier zelfstandig in groepjes, want ze kunnen alle teksten goed zelf lezen. Hier worden de leskisten soms ook nog ingezet in hoeken, maar meestal wordt er gekozen voor een circuitmodel. Vaak wordt er gekozen voor een “uurtje techniek” voor de hele klas, bijvoorbeeld 1 keer per maand op een vaste dag.

De ervaring leert dat met het klassikale circuitmodel (het techniekuurtje waarbij alle 10 de leskisten tegelijkertijd worden ingezet in de klas) de eerste keer het techniek-uur “wat rommelig” verloopt, omdat het allemaal nieuw is voor zowel leerkracht als leerlingen. Maar bij volgende techniek-uren verloopt alles al veel soepeler, omdat de kinderen de eerste keer al wat gehoord en gezien hebben van de overige technieklessen voor hun groep. En omdat ze meer gewend zijn aan het idee “van eerst goed lezen en dan samen zelfstandig werken”. Vaak is de groep bij de derde of vierde keer dat dit circuitmodel in de klas wordt gedaan, volledig gewend en werken de leerlingen dan gemakkelijk, zelfstandig samen. De leerkracht heeft dan meer een “surveillerende” functie.

Ateliervorm
Er wordt ook wel gekozen voor het inzetten van de techniekactiviteiten in een ateliervorm. Daarbij gaat een groepje kinderen bijvoorbeeld 10 weken achtereen (elke week een uur) aan de gang met techniek en daarna bijvoorbeeld 10 weken met textiele werkvorming, 10 weken druktechnieken, drama, enzovoort...

Zelfstandig werken
Andere scholen hebben voor zelfstandig werken standaard tijd vrij gemaakt in hun rooster. Zij geven de lessen van De Techniek Torens dan vaak een plekje in dat zelfstandig werken programma van de leerlingen.

Het Nieuwe Leren
Steeds vaker horen we van scholen dat zij De Techniek Torens inzetten in het kader van Het Nieuwe Leren. Ze nemen de techniek activiteiten dan mee in de totale vormgeving van Het Nieuwe Leren in hun schoolprogramma.

SBO
Diverse Speciaal Basisonderwijs scholen (SBO-scholen) hebben De Techniek Torens aangeschaft. Het doe-karakter van het lesconcept spreekt hen aan. Daarbij worden wel vaak wel extra illustraties en soms extra uitleg toegevoegd door de leerkrachten zelf om het lesconcept aan te passen aan het niveau van de SBO-leerlingen. Via het forum van De Techniek Torens kunnen SBO-leerkrachten ervaringen en tips met elkaar uitwisselen.

Workshop
We kennen ook een school die de lessen uit De Techniek Torens gebruikt in een workshop traject. Groepjes van 2 kinderen kiezen daar dan zelf een leskist uit de kast en doorlopen dan de volgende 4 stappen. De eerste week lezen ze de opdracht samen goed door en maken ze een verslag van hetgeen ze zullen gaan doen met de leskist. De tweede week gaan ze daadwerkelijk aan de slag met de materialen uit de leskist. De derde week een verslag maken over hun feitelijke vindingen. De vierde week doen ze een presentatie over het onderwerp voor de leerkracht of schooldirectie.

Lees ook enkele praktijkvoorbeelden van scholen die De Techniek Torens geimplementeerd hebben.

Introductie in het team

Er zijn ook verschillen tussen scholen als het gaat om de manier van introduceren van het lesconcept in het team.

  • Veelal is er een techniekcoördinator die centraal aanspreekpersoon is voor de overige leerkrachten. Hij/zij introduceert meestal het nieuwe lesconcept in het team. De duidelijke toelichting bij De Techniek Torens maakt het mogelijk om de introductie zelf te kunnen doen. De techniekcoördinator kan dus zelf een introductiesessie verzorgen.
  • Sommige scholen kiezen er echter voor om een introductiemiddag door een schoolbegeleidingsdienst te laten verzorgen. Met name om een momentum te creëren waardoor daarna alle neuzen dezelfde kant op komen te staan. En ook om de kennis van de teamleden op het gebied van techniek, de kerndoelen rond techniek en techniekonderwijs in het algemeen weer wat op te frissen.
  • De ene school werkt met 1 techniekcoördinator, de andere school werkt met een werkgroep waarin van elke bouw ook nog een "bouw"-coördinator aanwezig is.

Introductie in de klas

Ook de introductie van de techniekactiviteiten in de klas wordt per school heel verschillend aangepakt.

  • Bij de ene school wordt in het teamoverleg een deadline bepaald wanneer alle leerkrachten ten minste alle leskisten moeten hebben gedaan in hun klas. De techniekcoördinator houdt dat traject in de gaten.
  • Bij andere scholen laat de techniekcoördinator de leerkrachten van de school het eerste jaar helemaal vrij om zelf te bepalen hoe ze de lessen een plek willen geven in hun programma. Na een jaar wordt dan het net opgehaald voor de hele school.
  • Bij sommige scholen starten ze het eerste jaar met bijvoorbeeld 3 à 4 leskisten per groep, om zo rustig te wennen aan de activiteiten. En dan breiden ze het aantal lessen in de loop van de jaren uit.
  • Bij de ene school mogen de leerlingen zelf een leskist kiezen en pakken uit de Techniek Toren. Bij de andere school kiest de leerkracht de leskist voor de leerlingen uit en deelt de leskisten in de klas uit.
  • Bij weer andere scholen houdt de leerkracht precies bij wie welke leskist heeft gedaan.
  • En dan heb je scholen waarbij sommige leerkrachten graag met vaste groepjes kinderen werken.
  • En scholen waarbij de kinderen juist moeten rouleren in de groepjes.

Concluderend

Kortom dit zijn allemaal mogelijkheden en keuzes die de school zelf moet maken om te zorgen dat het gebruik van De Techniek Torens een goede, eigen plek krijgt in het schoolprogramma.

Het vereist even wat aandacht van het team en de techniekcoördinator. De bestaande structuur en werkwijze van de school zullen vanzelf ook richting geven aan de beste manier van invulling. Mogelijk kan een schoolbegeleidingsdienst hierbij ook hulp bieden.

Door al deze keuzemogelijkheden kan de school in ieder geval tot een werkvorm komen die het beste past bij hun specifieke schoolsituatie. Daarmee is een snelle en structurele integratie van techniek in het schoolprogramma, naar onze mening, het beste gewaarborgd.

Terug